Concept Statuten OWG- Neptunus Hengelo (versie 1 september 2021)

 

NAAM

Artikel 1

De vereniging draagt de naam: Onderwatergroep Neptunus (hierna te noemen: “de vereniging”)

De vereniging is opgericht op 1 mei 1960 als onderafdeling van Manta en is opgericht voor onbepaalde tijd.

ZETEL EN INSCHRIJVING

Artikel 2

  1. De vereniging heeft haar zetel in: Hengelo (O).
  2. De vereniging en de bestuursleden zijn ingeschreven in het handelsregister onder nr.: V073-580.

 

DOEL

Artikel 3

  1. De vereniging heeft tot doel het doen beoefenen en het bevorderen van de onderwatersport in al zijn verschijningsvormen.
  2. De vereniging tracht dit doel onder meer te bereiken door:
  3. het beoefenen van het sportduiken en het onderwaterzwemmen;
  4. samen te werken met publiekrechtelijke- en privaatrechtelijke lichamen en personen, om daarmee de onderwatersport in de ruimste zin van het woord te bevorderen;
  5. het verkrijgen van materialen en middelen voor de beoefening van onderwatersport;
    d. het geven van leiding bij oefeningen en het stimuleren van de ontwikkeling van leden in verband met de onderwatersport;
    e. het organiseren van kampen, excursies, tochten, weekends, lezingen voordrachten en filmavonden in verband met onderwatersport;
  6. het lidmaatschap te verwerven van de Nederlandse Onderwatersport Bond (NOB), in deze statuten nader aan te duiden als: de bond;
  7. het vertegenwoordigen van haar leden tegenover de bond;
  8. al hetgeen te doen wat met het vorenstaande verband houdt of daaraan bevorderlijk kan zijn.

 

INRICHTING

Artikel 4

  1. Organen van de vereniging zijn: het bestuur en de algemene vergadering, alsmede alle overige personen en commissies die krachtens de statuten door de algemene vergadering zijn belast met een nader omschreven taak en aan wie daarbij door de algemene vergadering beslissingsbevoegdheid is toegekend.
  2. De vereniging kent in elk geval een kascommissie, zoals bedoeld in artikel 19 lid 4, en een continuïteitscommissie, zoals bedoeld in artikel 13 lid 6 en 14 lid 3 van deze statuten.
  3. De organen van de vereniging als bedoeld in lid 1 bezitten geen rechtspersoonlijkheid.

LEDEN

Artikel 5

  1. Leden zijn die natuurlijke personen, die door het bestuur als lid zijn toegelaten.
  2. Leden kunnen zijn: aspirant leden, gewone leden, jeugdleden en ereleden;
    3. Alle leden worden door het bestuur bij de NOB als lid aangemeld.
  3. Jeugdleden zijn zij die de leeftijd van zestien nog niet hebben bereikt.
  4. Aspirant leden zijn zij die door het bestuur voor een periode van twee maanden voorwaardelijk als lid zijn aangenomen.
  5. Op voorstel van het bestuur kan de algemene vergadering een lid wegens bijzondere verdiensten voor de vereniging het predicaat “erelid” verlenen.5.
  6. Het bestuur houdt een register bij waarin onder andere de namen, adressen en geboortedata alsmede (indien mogelijk) een telefoonnummer en persoonlijk e-mailadres van de leden zijn opgenomen, een en ander op een door het bestuur aan te geven wijze. In het register worden alleen die gegevens bijgehouden die voor het realiseren van het doel van de vereniging noodzakelijk zijn.
  7. Het bestuur kan na een voorafgaand besluit van de algemene vergadering geregistreerde gegevens aan derden verstrekken, behalve van het lid dat tegen deze verstrekking bij het bestuur schriftelijk bezwaar heeft gemaakt. De verplichting om de algemene vergadering hierover te laten besluiten en het recht op bezwaar geldt niet voor de noodzakelijk door de vereniging aan derden te verstrekken gegevens, waaronder de verstrekking van gegevens aan de bond en gegevens die aan overheden of (publiekrechtelijke) instellingen dienen te worden verstrekt in verband met een wettelijke verplichting.

 

TOELATING

Artikel 6

  1. Het bestuur beslist over de toelating van leden. Nadere regels over de aanmelding en toelating kunnen worden gesteld bij besluit van het bestuur en/of bij huishoudelijk reglement.
  2. Bij niet-toelating als lid kan de algemene vergadering alsnog tot toelating besluiten.
  3. Het bestuur is verplicht om elk lid van de vereniging die het recht heeft bij de vereniging op een andere dan incidentele basis onderwatersporten te beoefenen bij de bond aan te melden als bondslid. Door aanmelding als lid machtigt het lid de vereniging om hem als lid aan te melden bij de bond.
  4. Tot het lidmaatschap van de vereniging kunnen niet worden toegelaten degenen, die niet tot het lidmaatschap van de bond worden toegelaten, of van wie de bond het lidmaatschap heeft beëindigd.

 

ALGEMENE VERPLICHTINGEN

Artikel 7

  1. De leden zijn verplicht:
  2. de statuten, reglementen en besluiten van organen van de vereniging na te leven;
  3. de statuten, reglementen en besluiten van organen van de bond na te leven;
  4. de statuten, reglementen en besluiten van de Stichting Instituut Sportrechtspraak na te leven;
  5. de belangen van de vereniging en/of van de bond niet te schaden;
  6. alle overige verplichtingen welke de vereniging in naam of ten behoeve van de leden aangaat of welke uit het lidmaatschap van de vereniging voortvloeien, te aanvaarden en na te komen.
  7. Behalve in deze statuten kunnen aan de leden verplichtingen worden opgelegd bij reglement, (gedrags-)codes of bij besluit van het bestuur of van de algemene vergadering. De verplichtingen kun ook inhouden, naast financiële verplichtingen, het uitvoeren van vrijwilligerswerkzaamheden ten behoeve van de vereniging.
  8. Het bestuur van de vereniging kan in naam van de leden verplichtingen tegenover derden aangaan, uitsluitend voor zover de algemene ledenvergadering het bestuur daartoe vertegenwoordigingsbevoegd heeft verklaard.

 

CONTRIBUTIE

Artikel 8

  1. De leden (met uitzondering van ereleden) zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse bijdrage (contributie), die door de algemene vergadering wordt vastgesteld. Zij kunnen daartoe in categorieën worden ingedeeld die een verschillende bijdrage betalen.
  2. Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot het betalen van een bijdrage te verlenen.
  3. Bij de in lid 1 van dit artikel genoemde contributie is ook de bondscontributie, welke door de vereniging jaarlijks aan de bond wordt afgedragen, inbegrepen.
  4. Bij tussentijdse beëindiging van het lidmaatschap blijft de verplichting tot betaling van de contributie en eventuele nadere verplichtingen tot aan het eind van het verenigingsjaar bestaan. In bijzondere situaties kan het bestuur hiervan afwijken.

 

ANDERE VERPLICHTNGEN

 

Artikel 9

 Leden onthouden zich tegenover andere leden van elke vorm van seksueel gedrag of seksuele toenadering, in verbale, non verbale of fysieke zin, alsmede van (verbaal) geweld, racistische uitlatingen e.d., opzettelijk of onopzettelijk, die door het andere lid, die het ondergaat, als ongewenst of gedwongen wordt ervaren. Het in strijd handelen met deze bepaling geldt als een overtreding.

 

EINDE LIDMAATSCHAP

Artikel 10

  1. Het lidmaatschap eindigt:
  2. door overlijden van het lid;
  3. door schriftelijke opzegging van het lid aan de secretaris;
  4. door schriftelijke opzegging namens de vereniging.

Deze schriftelijke opzegging namens de vereniging kan geschieden wanneer:
a. een lid heeft opgehouden aan de vereisten voor het lidmaatschap bij de statuten gesteld te voldoen;
b. zij/hij zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt;
c. zij/ hij het lidmaatschap van de bond verliest, alsook wanneer redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
Onder schriftelijke opzegging wordt ook verstaan opzegging via e-mail.

  1. Opzegging van het lidmaatschap door het lid kan slechts geschieden tegen het einde van het verenigingsjaar en met inachtneming van een opzegtermijn van vier weken.
  2. Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur. Wanneer door het bestuur het lidmaatschap in de loop van het verenigingsjaar is opgezegd, is de contributie van het betreffende lid tot de datum van opzegging verschuldigd.
  3. Een opzegging in strijd met het bepaalde in lid 2 van dit artikel doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip, volgende op de datum waartegen was opgezegd.
  4. Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap door de vereniging op grond dat redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatmaatschap te laten voortduren, staat de betrokkene binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving van het besluit beroep open bij de algemene vergadering. Hij wordt daartoe ten spoedigste schriftelijk van het besluit met opgave van redenen in kennis gesteld. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.
  5. Indien een lid door de bond uit het lidmaatschap is ontzet of het bondslidmaatschap op andere wijze is beëindigd, is het bestuur, na het onherroepelijk worden van deze ontzetting of beëindiging, verplicht het lidmaatschap van het desbetreffende lid met onmiddellijke ingang op te zeggen.
  6. Het bestuur draagt er zorg voor dat leden de voor opzegging van het lidmaatschap noodzakelijke informatie eenvoudig kunnen raadplegen. De informatie wordt in ieder geval opvallend vermeld op de hoofdpagina van de website en/of makkelijk toegankelijk via andere communicatiemiddelen.
  7. In de gevallen genoemd in lid 1 onder a, c en d van dit artikel, eindigt het lidmaatschap onmiddellijk.

 

BEGUNSTIGERS

Artikel 11

  1. Begunstigers ofwel donateurs zijn zij, die zich bereid verklaard hebben de vereniging financieel te steunen en als zodanig door het bestuur zijn toegelaten.
  2. Begunstigers zijn geen leden in de zin der wet en hebben wel toegang tot de algemene ledenvergadering maar geen stemrecht en geen andere rechten en verplichtingen dan die welke hun bij of krachtens de statuten zijn toegekend en opgelegd.
  3. De rechten en verplichtingen van een begunstiger kunnen te allen tijde wederzijds door opzegging worden beëindigd, behoudens dat de jaarlijkse bijdrage over het lopende verenigingsjaar voor het geheel blijft verschuldigd.
  4. Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur.

 

BESTUUR

Artikel 12

  1. Het bestuur bestaat uit een oneven aantal personen en tenminste vijf en ten hoogste negen meerderjarige personen, die door de algemene vergadering worden benoemd. De benoeming geschiedt uit de leden.
  2. Het bestuur bestaat uit de volgende functies: voorzitter, secretaris, penningmeester en overige bestuursleden. Die kunnen zijn: vice-voorzitter, adjunct-secretaris, commissaris materiaal, hoofd-instructeur en evenementen-commissaris.
  3. Het bestuur behoudt in voorkomende gevallen het recht om functiecombinaties toe te passen. Dit in overleg met de algemene vergadering
  4. De benoeming van bestuursleden geschiedt uit een of meer voordrachten. Tot het opmaken van zulk een voordracht zijn bevoegd zowel het bestuur als tien leden. De voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor de vergadering meegedeeld. Een voordracht door vijf of meer leden moet vóór de aanvang van de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden ingediend te samen met een bereidverklaring van de kandidaat.
  5. Is geen voordracht opgemaakt, of besluit de algemene vergadering dat ter vergadering kandidaten kunnen worden gesteld, dan is de algemene vergadering vrij in de keus.

Het lidmaatschap van het bestuur is onverenigbaar met:
- het lidmaatschap van de kascommissie;

- het lidmaatschap van de continuïteitscommissie.

  1. Indien het aantal bestuursleden beneden vijf is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een vergadering te beleggen waarin de voorziening in de open plaats of de open plaatsen aan de orde komt.
  2. Bij ontstentenis of belet van alle bestuursleden berust het bestuur tijdelijk bij de continuïteitscommissie of door deze commissie aan te wijzen personen. Voor de gedurende deze periode verrichte bestuursdaden worden de aangewezen personen met een bestuurder gelijkgesteld.

 

BESTUURSFUNCTIES - BESLUITVORMING VAN HET BESTUUR.

Artikel 13

  1. Naast de door de algemene vergadering benoemde voorzitter verdeelt het bestuur in zijn eerste bestuursvergadering na een bestuursverkiezing in onderling overleg de overige functies en stelt zij voor elk bestuurslid diens taak vast en doet hiervan, hetzij in het clubblad, hetzij door middel van een schriftelijke kennisgeving, mededeling aan alle leden. Het bestuur kan voor elke functie uit zijn midden een vervanger aanwijzen.
  2. Tenzij het bestuur anders bepaalt, vergadert het bestuur wanneer de voorzitter of twee andere bestuursleden dit verlangen.
  3. Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, indien geen bestuurslid zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet en alle bestuursleden aan deze besluitvorming deelnemen.
  4. a. Alle besluiten, daaronder begrepen de besluiten als bedoeld in lid 3, worden genomen met meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen, mits voor wat de in vergadering genomen besluiten betreft de meerderheid van de in functie zijnde bestuursleden aanwezig is.
  5. Blanco stemmen zijn ongeldig.
  6. Over elk voorstel wordt afzonderlijk en mondeling gestemd, tenzij de voorzitter of een ander bestuurslid anders wensen.
  7. a. Het door de voorzitter uitgesproken oordeel dat het bestuur een besluit heeft genomen, is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
  8. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het onder a bedoelde oordeel de juistheid daarvan betwist, dan wordt zo nodig het te nemen besluit schriftelijk vastgelegd en vindt een nieuwe stemming plaats, indien een bestuurslid dit verlangt.

Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

  1. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris notulen opgemaakt, die door de voorzitter en de secretaris worden vastgesteld en ondertekend.
  2. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de vereniging. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de continuïteitscommissie.
  3. Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regelen aangaande de vergaderingen van en de besluitvorming door het bestuur worden gegeven.

 

BESTUURSTAAK

Artikel 14

  1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging. Daarbij draagt het zorg voor de naleving van statuten en huishoudelijk reglement.
  2. Bij de vervulling van hun taak richten de bestuurders zich naar het belang van de vereniging en de daarmee verbonden organisatie.
  3. Het bestuur stelt een adequaat controlesysteem op. Hierin wordt in elk geval opgenomen dat met betrekking tot betalingen boven de € 500,- het “vier ogen principe” wordt toegepast.
  4. Ieder bestuurslid is tegenover de vereniging gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak. Indien het een aangelegenheid betreft die tot de werkkring van twee of meer bestuursleden behoort, is ieder van hen geheel aansprakelijk ter zake van een tekortkoming, tenzij deze niet aan hem is te wijten en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.
  5. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door commissies die door het bestuur worden benoemd.
  6. Het bestuur is bevoegd uitgaven te doen binnen de door de algemene vergadering vastgestelde begroting. Bij overschrijding van de begroting met meer dan 20% zal voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering worden gevraagd.
  7. Het bestuur is, mits met goedkeuring van de algemene vergadering, bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, het sluiten van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt.

Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door derden geen beroep worden gedaan.

  1. Het bestuur behoeft eveneens goedkeuring van de algemene vergadering voor besluiten tot:
  2. het aangaan van overeenkomsten, waarbij aan de vereniging een bankkrediet wordt verleend;
  3. het ter leen verstrekken van gelden, alsmede het ter leen opnemen van gelden;
  4. het sluiten en wijzigen van arbeidsovereenkomsten.

Op het ontbreken van deze goedkeuringen kan door en tegen derden geen beroep worden gedaan.

 

VERTEGENWOORDIGING

 

Artikel 15

  1. Het bestuur vertegenwoordigt de vereniging, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit.
  2. a. De vereniging wordt voorts in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter tezamen met de secretaris of tezamen met de penningmeester, dan wel bij afwezigheid van één van de genoemden tezamen met een ander bestuurslid.
  3. Het bestuur is bevoegd aan anderen een schriftelijke volmacht te verlenen, op grond waarvan deze bevoegd zijn de vereniging in de in de volmacht omschreven gevallen te vertegenwoordigen.
  4. a. De bevoegdheid tot vertegenwoordiging die aan het bestuur of aan bestuursleden toekomt, is onbeperkt en onvoorwaardelijk, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit. Een wettelijk toegelaten of voorgeschreven beperking van of voorwaarde voor de bevoegdheid tot vertegenwoordiging kan slechts door de vereniging worden ingeroepen.
  5. De uitsluiting, beperkingen en voorwaarden gelden mede voor de bevoegdheid tot vertegenwoordiging van de vereniging met betrekking tot de in artikel 14 lid 7 en 8 bedoelde handelingen.
  6. Bestuursleden aan wie krachtens de statuten of op grond van een volmacht vertegenwoordigingsbevoegdheid is toegekend, oefenen deze bevoegdheid niet uit dan nadat tevoren een bestuursbesluit is genomen waarbij tot het aangaan van de desbetreffende rechtshandeling is besloten.

 

SCHORSING BESTUURSLEDEN EN EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP

Artikel 16

  1. Elk bestuurslid, ook wanneer hij voor een bepaalde tijd is benoemd, kan te allen tijde door de algemene vergadering worden ontslagen of geschorst. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
  2. Elk bestuurslid treedt uiterlijk drie jaar na zijn benoeming af, volgens een door het bestuur op te maken rooster van aftreding. De aftredende is herkiesbaar; wie in een tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt op het rooster de plaats van zijn voorganger in.
  3. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts:
  4. door het eindigen van het lidmaatschap van de vereniging;
  5. door het aanvaarden van een functie die onverenigbaar is met het bestuurslidmaatschap;
  6. door bedanken.

 

JAARVERSLAG - REKENING EN VERANTWOORDING.

Artikel 17

  1. Het verenigingsjaar loopt van één januari tot en met één en dertig december.
  2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging zodanig aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
  3. Het bestuur brengt op een algemene vergadering binnen drie maanden na afloop van het verenigingsjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering, zijn jaarverslag uit en doet, onder overlegging van een balans en een staat van baten en lasten, rekening en verantwoording over zijn in het afgelopen boekjaar gevoerd bestuur. Na verloop van de termijn kan ieder lid deze rekening en verantwoording in rechte van het bestuur vorderen.
  4. De algemene vergadering benoemt jaarlijks uit de leden een kascommissie van ten minste twee personen, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur. De kascommissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het bestuur en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit.
  5. Vereist het onderzoek van de rekening en verantwoording bijzondere boekhoudkundige kennis, dan kan de kascommissie van onderzoek zich door een deskundige doen bijstaan. Het bestuur is verplicht aan de kascommissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te vertonen en inzage van de boeken en bescheiden der vereniging te geven.
  6. De last van de kascommissie kan te allen tijde door de algemene vergadering worden herroepen, doch slechts door benoeming van een andere commissie.
  7. Het bestuur is verplicht de bescheiden bedoeld in de leden 2 en 3, zeven jaren lang te bewaren.

 

ALGEMENE VERGADERING – ALGEMEEN

Artikel 18

  1. Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen.
  2. Jaarlijks, uiterlijk drie maanden na afloop van het verenigingsjaar, wordt een algemene vergadering - de jaarvergadering - gehouden. In de jaarvergadering komen onder meer aan de orde:
  3. het jaarverslag en de rekening en verantwoording bedoeld in artikel 18 met het verslag van de kascommissie;
  4. de benoeming van de leden van de kascommissie en de continuïteitscommissie voor het volgende verenigingsjaar; deze commissies bestaan uit minimaal twee leden;
  5. voorziening in eventuele vacatures;
  6. vaststelling van de begroting met daarbij vaststelling van de contributie en andere bijdragen;
  7. vaststelling van overige verplichtingen voor leden;
  8. voorstellen van het bestuur of van de leden, aangekondigd bij de oproeping voor de vergadering.
  9. Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenselijk oordeelt.
  10. Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek van ten minste en zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van één/tiende (1/10) gedeelte der stemmen verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan door oproeping overeenkomstig artikel 23 of bij advertentie in ten minste één ter plaatse waar de vereniging is gevestigd veel gelezen dagblad.

 

ALGEMENE VERGADERING - TOEGANG EN STEMRECHT

Artikel 19

  1. Toegang tot de algemene vergadering hebben alle leden van de vereniging. Geen toegang hebben geschorste leden en geschorste bestuursleden, behoudens bij de behandeling van hun schorsing.
  2. Over toelating van andere dan de in lid 1 bedoelde personen beslist de algemene vergadering.
  3. Ieder lid van de vereniging dat niet geschorst is, heeft één stem.
  4. Aspirant leden hebben geen stemrecht en kunnen niet tot bestuurslid worden benoemd.
  5. De uitoefening van de stem van minderjarige leden komt uitsluitend toe aan hun wettelijk vertegenwoordiger.
  6. Stemgerechtigde leden kunnen in de algemene vergadering ook hun stemrecht uitoefenen door middel van een elektronisch communicatiemiddel. Het bestuur kan hieraan nadere voorwaarden verbinden of besluiten dat deze mogelijkheid voor een bepaalde algemene vergadering niet wordt geboden.
  7. Voor de toepassing van het stemmen door middel van een elektronisch communicatiemiddel draagt het bestuur ervoor zorg dat de stemgerechtigde via het elektronisch communicatiemiddel kan worden geïdentificeerd, rechtstreeks kan kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering en het stemrecht kan uitoefenen.
  8. Het bestuur draagt er in de in lid 7 bedoelde vergaderingen voor zorg dat de stemgerechtigde via het elektronisch communicatiemiddel kan deelnemen aan de beraadslaging.
  9. Stemmen die voorafgaand aan de algemene vergadering via een elektronisch communicatiemiddel worden uitgebracht, maar niet eerder dan op de dertigste dag voor die van de vergadering, worden gelijkgesteld met stemmen die ten tijde van de vergadering worden uitgebracht.

 

ALGEMENE VERGADERING - VOORZITTERSCHAP EN NOTULEN

Artikel 20

  1. De algemene vergaderingen worden geleid door de voorzitter van de vereniging of zijn plaatsvervanger. Ontbreken de voorzitter en zijn plaatsvervanger, dan treedt één der andere bestuursleden door het bestuur aan te wijzen als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering daarin zelf.
  2. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een ander door de voorzitter daartoe aangewezen persoon notulen opgemaakt, die door de voorzitter en de notulist worden vastgesteld en ondertekend. Zij die de vergadering bijeenroepen kunnen door een daartoe aan te wijzen persoon een proces-verbaal van het verhandelde laten opmaken. De inhoud van de notulen of het proces-verbaal wordt ter kennis van de leden gebracht.

 

ALGEMENE VERGADERING - BESLUITVORMING

Artikel 21

1        Het tijdens de algemene vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter dat door de vergadering een besluit is genomen is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit voor zover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.

  1. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het eerste lid bedoelde oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
  2. Voor zover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten van de algemene vergadering genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
  3. Ongeldige en blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
  4. Indien bij een verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, heeft een tweede stemming, of ingeval van een bindende voordracht, een tweede stemming tussen de voorgedragen kandidaten plaats. Heeft als dan opnieuw niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen plaats, tot dat hetzij één persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken. Bij gemelde herstemming (waaronder niet is begrepen de tweede stemming) wordt telkens gestemd tussen de personen, op wie bij de voorgaande stemming is gestemd, evenwel uitgezonderd de persoon, op wie bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen is uitgebracht. Is bij de voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen op meer dan één persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt, op wie van die personen bij de nieuwe stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht.

Ingeval bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot wie van beiden is gekozen.

  1. Indien de stemmen staken over een voorstel niet rakende verkiezing van personen, dan is het verworpen.
  2. Alle stemmingen over zaken geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één der stemgerechtigden zulks vóór de stemming verlangt. Alle stemmingen over personen geschieden schriftelijk indien. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een stemgerechtigde hoofdelijke stemming verlangt.
  3. Bij éénstemmig besluit van alle leden, ook al zijn deze niet in een vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergadering.
  4. Zolang in een algemene vergadering alle leden aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen, mits met algemene stemmen, omtrent alle aan de orde komende onderwerpen - dus mede een voorstel tot statutenwijziging of tot ontbinding - ook al heeft geen oproeping plaatsgehad of is deze niet op de voorgeschreven wijze geschied of is enig ander voorschrift omtrent het oproepen en houden van vergaderingen of een daarmee verband houdende formaliteit niet in acht genomen.

 

ALGEMENE VERGADERING - BIJEENROEPEN

Artikel 22

  1. De algemene vergadering wordt bijeengeroepen door het bestuur. De oproeping geschiedt per digitale uitnodiging of schriftelijk aan de adressen van de leden volgens het ledenregister bedoeld in artikel 5. De termijn van oproeping bedraagt ten minste veertien dagen.
  2. Bij oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld, onverminderd het bepaalde in artikel 24.
  3. Bij de oproeping wordt tevens vermeld of toepassing wordt gegeven aan de mogelijkheid om door middel van een elektronisch communicatiemiddel deel te nemen aan de vergadering en eventuele aanvullende voorwaarden die daarbij gelden.

 

STATUTENWIJZIGING

Artikel 23

  1. In de statuten van de vereniging kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van de algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling, dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld.
  2. Zij die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste vijf dagen vóór de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte (digitale) plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden.
  3. Een besluit tot statutenwijziging behoeft een meerderheid van twee/derde (2/3) van de geldig uitgebrachte stemmen.
  4. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd.

 

ONTBINDING EN VEREFFENING

Artikel 24

  1. De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene vergadering. Het bepaalde in de leden 1 en 2 van het voorgaande artikel is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat een besluit tot ontbinding, slechts genomen kan worden met een meerderheid van ten minste twee/ derde (2/3) van de uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin ten minste twee/derde (2/3) van de leden tegenwoordig of vertegenwoordigd is.
  2. Is niet twee/derde (2/3) van de leden tegenwoordig of vertegenwoordigd, dan wordt binnen vier weken daarna een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal tegenwoordig of vertegenwoordigde leden, kan worden besloten, mits met een meerderheid van ten minste twee/derde (2/3) van de uitgebrachte stemmen. Indien bij het besluit tot ontbinding geen vereffenaars zijn aangewezen, dan geschiedt de vereffening door het bestuur.
  3. Een eventueel batig saldo zal toevallen aan een instelling met een soortgelijk doel als dat van de vereniging of een instelling welke uitsluitend een maatschappelijk belang beoogt.
  4. De algemene vergadering bepaalt de bestemming van een eventueel batig saldo.
  5. Na de ontbinding blijft de vereniging voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten en reglementen voor zover mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van de vereniging uitgaan moeten aan haar naam worden toegevoegd de woorden "in liquidatie".

 

 HUISHOUDELIJK REGLEMENT EN ANDERE REGLEMENTEN

Artikel 25

  1. De algemene vergadering kan een huishoudelijk reglement vaststellen.
  2. Overige reglementen kunnen worden vastgesteld door de algemene vergadering of het bestuur.
  3. Reglementen mogen niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, noch met de statuten.

 

SLOTBEPALINGEN

Artikel 26

  1. Alle officiële mededelingen van de vereniging worden bekend gemaakt op de website van de vereniging of op een andere door het bestuur bepaalde wijze.
  2. Onder oproep, bijeenroepen, (schriftelijke) uitlating of mededeling of kennisgeving wordt tevens verstaan: een bericht per e-mail aan het e-mailadres dat door het lid voor dit doel is opgegeven.
  3. Onder ter inzagelegging wordt (mede) verstaan: toegankelijk maken voor de leden op de website of enig andere via een elektronisch communicatiemiddel te bereiken plaats van de vereniging.
  4. Onder bijeenkomst of vergadering wordt verstaan een bijeenzijn van meerdere personen die met elkaar spreken, waaronder naast lijfelijk bijeenzijn tevens wordt verstaan het deelnemen aan het gesprek via telefoon of elektronisch communicatiemiddel, mits de identiteit van de niet-lijfelijk aanwezige(n) voldoende kan worden vastgesteld en dit door de fungerend voorzitter goedgekeurd wordt en in notulen of het verslag daarvan melding wordt gemaakt. Stemgerechtigden kunnen hun stemrecht uitoefenen door middel van het hiervoor bedoelde elektronische communicatiemiddel, mits de stemgerechtigde via het elektronische communicatiemiddel rechtstreeks kan kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering en kan deelnemen aan de beraadslaging.
  5. In alle gevallen waarin de statuten, het huishoudelijk reglement of ander reglement niet voorzien, beslist het bestuur.